Primaire duikersziekten zijn duikerziekten tengevolge van drukveranderingen.

De mens is gewend op aarde te leven. De organen en stelsels, zijn gewend te functioneren in een omgeving, waar:

  • de druk constant is (1 bar = 1 00 kPa);
  • de partiële spanningen van de gassen bijna constant zijn;
  • men zich gemakkelijk kan bewegen.

 

Het water is voor de mens een vreemde en gevaarlijke omgeving, omdat de eigenschappen van water zo verschillend zijn van die van lucht.
Belangrijk bij het duiken is te weten dat het menselijk lichaam met lucht gevulde holten bezit. Dit zijn:

  • luchtwegen en longen (natuurlijk luchthoudende holte);
  • bijholten (kaak, voorhoofd en wiggebeen) (natuurlijk luchthoudende holte);
  • middenoor en buitenoor (natuurlijk luchthoudende holte);
  • de darmen bij gasvorming (natuurlijk luchthoudende holte);
  • soms gaatjes in de tanden (kunstmatig luchthoudende holte);
  • van de duiker nog de luchtgevulde holten van pak, helm of masker (kunstmatig luchthoudende holte).

 

Het lichaam bestaat voor het grootste deel uit vloeistof. Aangezien druk zich in alle richtingen in vloeistof voortplant en vloeistof niet samendrukbaar is, ondervindt het lichaam in het algemeen geen hinder van drukverandering bij het duiken. De luchthoudende holten in het lichaam kunnen echter wel de nodige problemen opleveren. Als deze holten de druk- of volumeverandering bij het duiken niet kunnen volgen (Wet van Boyle) ontstaat weefselbeschadiging in deze holten: barotrauma genoemd.

ma di wo do vr za zo
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31