De wet van Boyle gaat over druk en volumeveranderingen. Het is de belangrijkste wet die van toepassing is bij de duikgeneeskunde. Het zegt dat bij een constante temperatuur de druk (P) en het volume (V) van een gas constant zijn. In formule:

P1 * V1 = P2 * P2 of P * V = constant

 

Wet van Boyle animatie

Als de druk twee keer zo groot wordt, wordt het volume twee keer zo klein. Dit is wat er gebeurt als een duiker afdaalt. Hoe dieper een duiker onder water gaat, hoe groter de druk wordt. Nu zal een duiker zelf niet samengedrukt worden, aangezien alles wat vast of vloeibaar is niet onder deze wet valt. Mensen hebben wel een aantal holtes en ruimtes in het lichaam die gevuld zijn met lucht. Deze delen van het lichaam zijn wel onderhevig aan de wet van Boyle. De lucht in deze ruimtes zal samengeperst worden naarmate de duiker dieper onder water gaat. Een voorbeeld van zo’n ruimte zijn de longen. De lucht die een duiker inademt aan de oppervlakte zal op 10 meter diepte slechts de helft van het volume omvatten. Hetzelfde geldt omgekeerd, de lucht die een duiker op 10 meter diepte inademt vanuit zijn persluchtfles, zal aan de oppervlakte twee keer zoveel volume omvatten. Dit kan echter niet allemaal in de longen blijven zitten, omdat de longen niet oneindig rekbaar zijn. Belangrijk bij het duiken is dus goed uitademen bij de opstijging om de overtollige lucht kwijt te raken. In de animatie is de wet van Boyle grafisch weergegeven. Hierin is te zien dat het volume afneemt bij drukstijging.

Om de wet van Boyle te verduidelijken volgt hieronder een rekenvoorbeeld: de longen hebben aan de oppervlakte een volume van 10 liter, wat is het volume van de longen op 25 meter diepte?
Antwoord: Aan de oppervlakte is de druk 1 bar, op 25 meter diepte is dat 3,5 bar. P1 * V1 = P2 * V2 -> 1 * 10 = 3,5 * P2 Het volume op 25 meter diepte is dus 2,86 liter.